Blog

Zomer en still crazy

Het is zomer en ik ben onderweg naar nergens. Ik fiets. Een man wandelt mijn richting uit. Hij moet minstens tachtig zijn, maar zijn voeten veren als die van een verliefde puber. Misschien is het de zon die hem deze lichtheid geeft. Op zijn flashy paars T-shirt staat te lezen “Still crazy”. Het ontlokt me een glimlach en ik vraag me af of mensen die gek blijven doen langer leven. Ik denk dat dit wel eens waar zou kunnen zijn.

De lucht ruikt naar groen, naar kruiden, naar al wat bloeit. Vogels die ik niet kan benoemen bezingen de zomer. Ze scheren boven mijn hoofd, nemen een duikvlucht en stijgen dan weer tot boven de wolken. Ik observeer ze, zuig alle indrukken in me op terwijl ik verder fiets langs de Amazone. Zo heet de Leie vandaag. Het water heeft net dezelfde kleur als in die ene documentaire, de kruinen van de bomen krullen zich naar beneden en lijken te drinken.

Ik denk aan de laatste maanden. Ik voel me dankbaar. Ik ging van donker naar licht. Van een verlammende angst naar genieten. Ik heb mijn zintuigen opengezet om me van de angst te bevrijden. Telkens wanneer ik buiten kwam, liet ik alles binnenstromen. Ik luisterde naar de kwakende kikkers, snoof de geur van lavendel op, richtte mijn blik op de wattige wolken tegen een diepblauwe lucht. Ik probeerde de verwondering terug te vinden van een kind en ontdekte hoe heerlijk het is kind te zijn.

Ik fiets de stad binnen en neem de sfeer op. De terrasjes zitten vol vrolijke mensen. Vanuit een steegje klinkt luide muziek. Ik draai mijn hoofd in de richting van de box en zie een man en een vrouw. Ze dansen, zweven over het asfalt, dansen alsof de wereld buiten hen niet meer bestaat. Hun lijven krullen zich om elkaar heen, hun handen houden de ander stevig vast, trekken hem naar zich toe. 

De lucht krijgt een donkergrijze kleur. Ik keer terug naar huis. Rechts van me is de zon, links van me de dreiging van een gezwollen lucht. Ik voel het vocht boven me hangen en ik trap wat harder. 

En dan ben ik terug thuis. Ik ga binnen en alle wolken breken in een keer open. Het water stroomt over het terras, kletst tegen de ramen, spoelt alle vuil met zich mee. Ik denk aan de dansende man en vrouw. Ik vraag me af of hun handen elkaar losgelaten hebben toen ze moesten vluchten. Misschien zijn ze gewoon blijven dansen, lijf tegen lijf. Hebben ze gevierd dat de zomer de zomer is. En dat die nog lang niet voorbij is.  

Nog geen reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.