Blog

Wintervacht

Ze was de zoveelste die me vroeg of het wel goed met me ging. Ik had een tijd geen columns meer geschreven, en dat was ook haar opgevallen. Met een bezorgde blik keek ze me aan.

Ik vertelde haar dat er even geen ruimte was voor de openheid die mijn columns van me vroegen. Ik zat voor een tijdje op slot. Mensen hadden me klappen toegediend. Na elke klap was ik weer rechtop gekrabbeld. Tot die ene dreun teveel me murw had geslagen. Alle energie was weggevloeid uit mijn lijf. 

Net die avond was er een concert gepland. Ik kon mijn trouwste vriendin niet laten stikken. Ik ging. Terwijl Stef Kamil Carlens zong, voelde ik me steeds slapper. Halverwege het concert begon ik hevig te zweten, werd ik misselijk, kon ik niet meer op mijn benen staan. Ik raakte amper de zaal uit, plofte me neer en fietste even later acht kilometer naar huis. De nacht was wazig, hij deinde op en neer. 

Ik geraakte thuis. Maar niets leek nog hetzelfde. Ik besefte dat ik heel wat mensen te snel als vrienden had beschouwd, dat ik hen mijn liefde, energie en tijd had geschonken zonder me af te vragen of ik er ook maar een greintje respect voor terugkreeg. Een voor een lieten ze me vallen. Tot alleen de trouwe kern overbleef. Ik werd ziek, er was net een week vakantie, en ik was dankbaar om de tijd en de rust. Ik kroop in mijn coconnetje, opgerold tot een bolletje om me te beschermen, om te herstellen op een plek waar niemand me nog kon raken. Ik had tijd nodig om na te denken, om de dingen te herschikken in mijn hoofd. 

Ondertussen was er ook de constante pijn. Mijn handen, de duimen die bij elke beweging werden ontwricht. Het maakte me ’s nachts wakker. Negen maanden na de operatie van mijn linkerhand was die er slechter aan toe dan daarvoor. Ik ging naar de handchirurg. Hij besliste eerst een prothese te stoppen in mijn rechterhand, en daarna hetzelfde te doen met mijn linkerhand. Ik was meer dan tien jaar te jong voor deze ingreep, maar er was geen andere optie meer. Daarbinnen was de sleet totaal.

Ik wist dat ik een bittere pil zou moeten slikken om daarna beter te worden. Maar ik voelde hoe ik gedragen werd door mijn gezin, mijn familie, mijn echte vrienden.

Het is herfst. Er is zon, de kleurenpracht is betoverend, gouden wolken schuiven voorbij. Ik dompel me onder in de natuur. 

Straks komt de winter. Elke dag weef ik een stukje wintervacht om me heen. Een zachte vacht voor wie ik graag wil omarmen, een buffer voor wie mijn hart niet meer mag raken. 

Kort na nieuwjaar is er operatie 1. Zes weken zal ik zonder mijn kostbare rechterhand moeten leven. Ik zal afhankelijk zijn, sterk beperkt. Er is zoveel dat me niet met de linkerhand lukt. Er is zoveel dat me niet met één hand lukt. 

Maar ik heb mijn wintervacht stevig om me heen gedrapeerd. Ik voel me gewapend.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.