Blog

Voor altijd achttien

We hadden samen in de klas gezeten. Eerst werd de een achttien, dan de ander. Het was 1989 en we zouden de planeet redden van haar ondergang. Op motorbootjes zouden we walvisjagers op de vlucht doen slaan, we zouden zeehondjes redden van moordende knuppels en het ijs van gletsjers koel houden met thermodekens die we desnoods zelf aan elkaar zouden naaien. We hadden een strak plan.

Maar er kwam niets van. We studeerden, werkten, trouwden en plantten ons voort. We huilden en lachten en feestten en rouwden. We deden wat anderen deden.

Eén keer had ik hem nog teruggezien. Toen hij iets meer was dan achttien. En nu vertelde Facebook me dat ook hij 48 was geworden. Vreemd. Voor mij was hij nog de jongen die zijn idealisme aan het mijne had vastgehaakt en er mijn dromen mee had versterkt. Voor mij was hij eeuwig achttien. Ik stuurde mijn gelukwensen en vroeg hem of hij ook het gevoel had dat er niets veranderd was binnenin hem, in de kern van wie hij was, of ook hij zich nog altijd diezelfde jongen voelde als toen. Ik voelde me nog exact hetzelfde meisje. Hij gaf het meteen toe: we waren nog even kwetsbaar, even onwetend over wat er echt toe deed, over de betekenis van ons bestaan. Zoekend zouden we wel altijd blijven. Dat begon ook hij toch te denken.

Ooit was ik zeven en keek ik op naar meisjes van twaalf. Die waren groot, wisten hoe het leven in elkaar zat, die wisten in elke situatie wat te doen. Op een dag werd ik twaalf plus vier en legde ik de grens een pak verder. Veertigjarigen, die kenden alle ins en outs van het bestaan. Ze hadden een strak plan waar ze zich in al hun maturiteit aan hielden. Niets bracht hen nog uit balans.

Maar ook de kaap van veertig heb ik al een tijd geleden genomen. Ik zoek geen nieuwe grens waarop  kwetsbaarheid en onwetendheid verdwijnen. Ik weet dat deze grens niet bestaat. Ook vijftigers nemen halsoverkop verkeerde beslissingen. Ook zestigers maken er op momenten een zootje van. Ook zeventigers weten niet exact hoe ze op de beste manier naar de finish verder glijden, slalommen of drijven. En tachtigers weten dat een strak plan in dit leven een utopie is waar geen mens aan vast kan houden, dat we met zijn allen maar wat aanmodderen in dit bestaan, en dat we alleen maar kunnen hopen dat we op het eind een beetje tevreden mogen zijn en iets van trots kunnen voelen over wat we ervan hebben gemaakt. 

Soms droom ik nog van motorbootjes en walvisjagers. 

Soms ben ik kwetsbaar en zoekend.

Soms ben ik weer achttien. 

Soms weet ik dat ik dat altijd zal blijven. 

Nog geen reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.