Blog

Rokjesweer

Het was rokjesweer. Een zomerdag in april. En dus fietste ik met de benen half bloot naar het werk, onder een staalblauwe hemel. De lucht geurde naar bloesems en kruiden, er klonk vogelgezang en kikkergekwaak. De wereld leek ontwaakt uit een diepe slaap, het gras leek groener dan ooit.
Het was middag. Mannen in maatpak waren op het gras gaan zitten langs het jaagpad, een broodje in de hand. Ze richtten hun gezicht naar de zon, de kin licht geheven om er nog iets dichter bij te kunnen komen. Een verliefd stel verdronk in elkaars ogen. Hij friemelde wat aan haar billen, zij duwde hem speels van zich af.
Ik zoog de kruidige lucht met grote teugen naar binnen en keek vol ontzag naar het wonder van de lente, de knoppen aan de bomen die zich binnenkort zouden ontvouwen tot nog meer kleur en schoonheid, en ik trapte me verder een baan door het landschap tot ik bij een Japanse kerselaar kwam en er halt hield. Ik nam een foto en bleef nog even kijken naar de roze bloemblaadjes die dansten in de wind toen een man naast me kwam staan.
‘Zo mooi boom.’ Zijn tongval klonk onzeker maar schattig, zijn gezicht deed me vermoeden dat hij uit een land kwam waar de zon elke dag schijnt, en ik vroeg me af hoe hij onze lange donkere winter beleefd had, misschien wel voor het eerst ver van zijn warme thuis.
Ik nam afscheid, fietste verder en was bijna waar ik moest zijn toen ik een groepje mannen voorbij reed. Ze keken op, bleven staan, staakten hun gesprek en leken even te aarzelen. Toen deed één van hen het toch: hij floot me na. Ik stak lachend mijn hand op, voelde me vederlicht en opgelaten en betrapte mezelf op de gedachte: het is nog niet voorbij.
Ooit was ik achttien en vond ik fluitende mannen vervelend. Na 47 lentes klinkt het alleen nog als een onvervalst compliment. Diezelfde ochtend nog had de spiegel me verteld dat tijd in vijandschap leeft met jeugdigheid. Voorzichtig had ik de huid rond mijn ogen betast en iets van spijt gevoeld. Ik was de man dankbaar. Zijn gefluit had de perfecte compensatie gevormd voor het verhaal van de spiegel. Nee, ik vind fluitende mannen op lentedagen die naar zomer ruiken niet respectloos of seksistisch.
Ze vertellen een verhaal dat ik graag hoor: Het is nog niet voorbij.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest
Nog geen reacties

Geef een reactie