Blog

Karma als troost

Het moet enkele jaren geleden zijn dat ik mijn kinderen het bewuste woord voor het eerst hoorde uitspreken. Een jongen die ze kenden had een vriend een gemene toer gelapt, waarna het noodlot hem zelf had getroffen.
‘Karma’, hoorde ik mijn ene zoon vol overtuiging verkondigen, alsof hij een vonnis uitsprak.
Mijn andere zoon en mijn dochter knikten instemmend. ‘Inderdaad. Wat je doet, krijg je ook zelf terug.’
Ik herinner me hoe ik verrast opkeek. Karma kende ik als een term uit het boeddhisme, waar het over verschillende levens gespreid wordt, maar het was voor het eerst dat ik het woord op deze manier hoorde gebruiken, zo losjes tussendoor, als een soort van wraak vanuit de kosmos waar je als mens zelf niets voor hoeft te doen.
In de maanden daarna dook het begrip ineens overal op. Eerst leek het een modewoord onder tieners, dan zwaaiden ook veel volwassenen te pas en te onpas met de term om de grillen van het lot te verklaren. Nu is het overal.
Het is een troostende gedachte natuurlijk. Als je kunt denken dat goed doen vroeg of laat wordt beloond en dat iemand die jou kwaad berokkent daarvoor zal worden gestraft, dan is de wereld zoals die hoort te zijn.
Ooit hoorde ik de angst in de stem van mijn grootmoeder toen ze het over hemel en hel had. Haar god diende als baken in de duisternis, als wegwijzer en als rechter. Wij hebben deze god bij het vuilnis gezet. Klaar.
Of dat dachten we toch. Want er ontstond blijkbaar een gemis.
Want hoe aanvaard je dat het leven ons soms zwaar op de proef stelt als wat ons overkomt geen diepere betekenis heeft? Waarom zouden we nog goed willen zijn als er geen hemel meer op ons wacht en geen hogere kracht meer over ons oordeelt?
En dus gingen we het concept karma lenen bij de boeddhisten, pasten we er de betekenis wat van aan zodat het paste bij ons westerse denken, en konden we het noodlot weer aanvaarden. Mooi gefixt. Want als rechtvaardigheid gewoon in de wetmatigheid van de dingen verankerd zit en een of andere oerkracht goed en kwaad in evenwicht houdt voor ons, dan is de troost altijd nabij en krijgt ook het slechte dat ons overkomt een diepere zin. Waarom zou je je nog langer druk maken om de man die jou in een dronken bui van je fiets reed? Op een dag krijgt hij evenveel ongeluk naar zich toe gegooid. Gewoon even wachten en het lot brengt dat voor ons wel in orde.
Jammer dat ik niet in wetmatigheden van dit genre geloof. Ik heb teveel goeie mensen gezien die zwaar op de proef werden gesteld en slechte mensen die het voor de wind ging. Maar stiekem ben ik wel jaloers op de believers. Het maakt alles een pak makkelijker.
Karma is een godsdienst zonder god. Het is een alternatieve manier om de dingen te ordenen en rust te vinden in de mallemolen van het leven. En daar is niets mis mee.
Ooit vertelde een vriend me dat gelovige mensen dom zijn. Dat god een constructie is van de mens die niet alles kon verklaren. Met dat laatste was ik het eens, maar voor mij was er geen link met dom zijn.
Misschien is het zelfs andersom, zijn het net de slimmeriken die zich niet te veel moeilijke vragen willen stellen en geloven die dan maar in god of in karma.
Misschien is net dat een slimme keuze.
Het is maar wat je gelooft…

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest

2 reacties aan “Karma als troost”

  1. Geraldina Metselaar 14 augustus 2018 at 15:47 #

    Beste Eveline,

    Dank voor je verhelderende woorden rondom karma.

    Toevallig (nu ja, niets is toeval), had ik er zopas ook een column over geschreven. Met als leidend motief: wat een geruststellende gedachte dat er zoiets als karma bestaat. Jawel. Voor mij blijkt karma een pleister op de wonde of toch niet…

    Als het is gepubliceerd, zal ik het je toezenden.

    Met vriendelijke groeten,

    Geraldina Metselaar @gmtekst
    mobiel 0626492517 | lid NVJ

Geef een reactie