Blog

Het verborgen geluk

Vroeg of laat worden we allemaal geconfronteerd met de waarheid die achter het cliché schuilt. Zo luidt een dooddoener van jewelste dat je het belang van een goede gezondheid maar kan inschatten wanneer je die ineens moet missen.

Zoals quasi elk cliché is het de nagel op de kop, al komt het besef doorgaans pas eens het te laat is. Zo zitten we als mens nu eenmaal in elkaar.

Dat ondervond ik nog maar eens toen ik op 1 september mijn voet omsloeg en daarbij mijn gewrichtsbanden scheurde. Mijn voet en onderbeen gingen in het gips, ik werd veroordeeld tot tien dagen rondhossen op een stel krukken en mocht alle plannen opbergen die ik voor de volgende weken gemaakt had. Weg was ineens mijn mobiliteit, verschwunden mijn vrijheid, de onafhankelijkheid die me zo lief is. Van het ene moment op het andere werd ik gereduceerd tot een patiënt, gekluisterd aan die enkele vierkante meters woonkamer en bed, veroordeeld tot de welwillende hulpvaardigheid van mijn naasten voor de meest elementaire zaken.

Negen dagen zou het duren voor ik met een ingetapete voet terug wat mocht stappen. Negen dagen maar. En toch. Hoe hard ik ook probeerde, ik slaagde er niet in het probleem tot zijn ware proporties te herleiden, mijn relativeringsvermogen aan te boren en in te zien dat deze immobiliteit een eind zou kennen, dat er erger tegenslagen bestaan in het leven.

Het was niet voor het eerst dat mijn gezondheid me in de steek liet. Het was niet eens voor het eerst dat ik tijdelijk tot een leven op één been veroordeeld was. Maar deze keer kon ik er niet mee omgaan. Ik vervloekte die ene seconde onoplettendheid waarop mijn voet verkeerd neerkwam, jammerde en foeterde op mijn toestand en beet mijn lippen stuk uit onmacht omdat ik zowat niets zelf kon doen.

In een poging tot het bieden van wat troost haalden familieleden voorbeelden aan van medemensen die zich voor altijd in een rolstoel moesten voortbewegen na een ongeval, van kankerperikelen en dodelijke ziekten allerlei. Ik keek naar de vluchtelingenstroom in het journaal, naar de kleine onfortuinlijke Aylan, naar het leed dat geen grenzen kent voor nabestaanden van slachtoffers overal ter wereld. Ik rilde bij het zicht op zoveel ellende, prees mezelf in niet mis te verstane bewoordingen gelukkig om de luxe van een warm en knus huis en een gezonde familie, sprak mezelf vermanend toe voor het dramatiseren, overtuigde mezelf dat deze tegenslag klein bier was vergeleken met zoveel andere ellende, maar het mocht niet baten. Het enige waar ik aan kon denken was aan de miljarden wereldburgers die vrolijk rondhuppelden op de wereld op twee gezonde benen. Ik dacht aan de vuile kleren die ik niet kon wassen, aan de rommel in huis, aan de boodschappen die gedaan moesten worden, aan de klassen die het schooljaar zonder mij waren gestart terwijl ik me zo goed voorbereid had, en ineens was de ultieme droom die om op twee benen te kunnen rondlopen en de routine van het dagelijks leven weer op te kunnen nemen, een droom die al zowat mijn hele leven van een eindeloze vanzelfsprekendheid geweest was.

Maar niets is vanzelfsprekend. Dat besef drong in al zijn helderheid tot me door. Voor de zoveelste keer, maar deze keer heel wat feller. Dat elk nadeel zijn voordeel heeft, kan hier toch weer uit blijken.

Sinds enkele dagen loop ik terug voorzichtig rond. Ik mag fietsen, kan mijn huishouden in stukjes doen en schuifel aarzelend vooruit door het huis. En ik ben gelukkig. Euforisch zelfs. Want mijn grootste droom werd bewaarheid. Ik kan stappen.

Ik vraag me af hoe lang dit geluksgevoel zal aanhouden, hoe lang ik erover zal doen om opnieuw te focussen op kleine ergernissen en me niet meer te herinneren hoe groot het geschenk is dat gezond zijn heet, hoe lang ik deze euforie volhoud. Ik denk aan alle mensen die na een ongeval nooit meer te been zullen zijn, aan alle mensen die weten dat ze zullen sterven aan een slopende ziekte en aan wat dit voor hen betekent, en ik verplicht mezelf te weten hoe gelukkig ik kan zijn.

Want het grootste geluk in het leven is het gezonde leven zelf, het hebben van een compleet lichaam dat van ziekte gespaard blijft en waarin elk onderdeel werkt zoals het hoort. Nee, niets is vanzelfsprekend. Ik wil het nooit meer vergeten.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest
Nog geen reacties

Geef een reactie