Blog

Het monster van de jaloersheid

Dat van dat groenere gras aan de andere kant. We kennen het allemaal. En diep vanbinnen weten we ook wel dat de dingen niet altijd zijn wat ze lijken.
En toch.

Volgens een recent onderzoek worden mensen ongelukkiger naarmate ze meer op Facebook vertoeven. Foto’s van lachende mensen, uitlatingen waarin (pseudo)vrienden hun succes uitschreeuwen, … We zien de statussen verschijnen tijdens het snelscrollen tussen twee klussen door, onderdrukken even de vlaag van jaloersheid die opkomt en laten nu en dan via een muisklik weten dat we het “leuk vinden”, de tanden op elkaar geklemd om de pijn te verbijten.
Terwijl we zelf te pletter lopen tegen een muur van werk en verplichtingen, met een hoofd waarin zovele zorgen hardnekkig blijven malen, fietsen onze vrienden gezwind door de dag. Hun leven is mooi, zorgeloos en altijd succesvol. Je zou voor minder de nijd vanuit je ingewanden voelen opstijgen tot in je gemoed.

Maar niet alleen op Facebook laten we ons vangen in het net van uiterlijk vertoon. Ook ‘live’ speelt hetzelfde probleem, al is het spectrum daar wat breder, het beeld iets minder gekleurd. Mensen houden nu eenmaal graag de schijn op. Wie geen succes heeft, behoort tot de ‘losers’. We zien dus alleen maar ‘winners’ om ons heen.

Het gros van de mensen kan verstandig omgaan met de frustratie. Ze wensen even dat het lot hen wat gunstiger gezind was en gaan verder met de orde van de dag, met dat leven waarin altijd wel iets het absolute geluk in de weg staat.
Anderen reageren op een instinctieve manier, laten de nijd zijn vernietigende werk doen en kiezen de weg van de roddel, de jaloersheid die in kwaadsprekerij omgezet wordt.

‘Heb je haar al eens zien fietsen sinds haar laatste roman is verschenen? Met haar kin hoog in de lucht, de rug kaarsrecht op dat zadel? Madame voelt zich belangrijk, hoor, sinds ze wat aandacht krijgt in de pers. Ze deed zelfs alsof ze me niet zag staan toen ze voorbijkwam!’
Het was iemand die ik lang geleden niet meer gezien had die de uitspraak deed tegenover een familielid van me. Hij moet groot gelijk gehad hebben over die kin. Ik had de arme man inderdaad niet gezien.

Ook op de werkvloer voel ik de tweespalt. Collega’s die regelmatig eens vragen hoe het gaat met de verkoop, die informeren of het wat vlot met mijn derde roman. Ze zijn er. Gelukkig. Maar meteen draait een aantal andere collega’s zich om.

Ja. Ook ik toon op Facebook alleen de meest groene kant van de heuvel.
De lovende recensies, de leuke dingen die ik deed.
Over het spook van de migraine dat me soms wel vijf dagen per week velt, zwijg ik in alle talen. Over de loodzware stress waaraan ik vaak ten prooi val, heb ik het op het internet ook niet. En over de vreselijke rugpijn die me zo vaak ‘s ochtends om vier uur wekt, waarna ik als een zombie door het huis dwaal, rep ik met geen woord. Ik denk ook niet dat iemand dit wil weten.

Nee, de heuvelrug waarop ik leef is ook niet egaal groen. Soms is het gras wat verdord en vertoont het roeste plekken. Op andere dagen neigt de kleur eerder naar grijs of zie ik een bijna-zwart veld dat zich voor me uitstrekt.
Laat die jaloersheid dus maar varen, mijn vriend. Die kin omhoog, die rechte rug op de fiets. Dat moet zo van de dokter. Chronische pijn. Je weet wel. Een monster dat de jaloersheid zou moeten verjagen.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest
Nog geen reacties

Geef een reactie