Blog

Het mobiele verlengstuk

Eindelijk was het dan zover: ook onze jongste zoon kreeg zijn mobiele telefoon.

Er was wat discussie aan voorafgegaan. Dat wel. Want terwijl een kind van zijn leeftijd wat ons betrof best tevreden mocht zijn met een eenvoudige gsm, kon daar voor onze zoon geen sprake van zijn, had elke zichzelf respecterende twaalfjarige volgens hem niets minder dan een echte smartphone en moesten ordinaire gsm’s als een overblijfsel uit de oertijd worden beschouwd, bestemd voor bejaarden die met hun bevende vingers geen touch screen kunnen bedienen en dan maar aangewezen zijn op klassieke toetsen waarop ze hoogstens nu en dan een sms typen met de snelheid van een kreupele slak.

We hoorden het verbaasd aan, deden wat navraag en kregen de bevestiging van andere ouders. Twaalfjarigen horen anno 2015 een echte smartphone te hebben.

En dus trokken we naar de winkel en kreeg zoonlief het zo begeerde geschenk voor zijn Vormsel.

Als een hongerig roofdier stortte hij zich meteen na aankoop op het hebbeding alsof hij het zou verslinden. Zonder dat iemand hem ook maar een woord uitleg moest verschaffen, maakte hij in de eerste uren al de nodige accounts aan op Facebook, op Instagram en op een handvol andere sociale netwerksites, testte hij de spelletjes uit, sloeg hij telefoonnummers op en verstuurde hij berichtjes via Messenger en WhatsApp naar familie en vrienden. Tot ik zei dat het voor die dag wel genoeg was geweest, dat er ook nog andere dingen waren in het leven. Toen was het hek van de dam.

Alweer een strijd erbij, dacht ik. Want na de voorbije discussies met zijn oudere broer en zus was nu ook de jongste aan de beurt om mijn geduld te testen wat het magische schermpje betrof, dat onmisbare mobiele verlengstuk van zijn jonge lichaam.

‘Heb jij niets anders te doen dan urenlang te gsm’en?’ vraag ik eens mijn limiet bereikt is en ik het niet meer kan aanzien.

‘Maar mama, we doen een groeps-chat.’

‘En welke belangrijke mededelingen heb je tot nog toe al gekregen via die groeps-chat?’

‘Belangrijke? Geen.’

‘Wat sturen jullie elkaar dan?’

‘Hey. Hoe gaat het? Wat ben je aan het doen?’

‘Wat jullie aan het doen zijn, daar moet je in elk geval niet veel woorden aan vuil maken. Jullie verspillen je tijd.’

‘Dat is sociaal zijn, mama. Je weet wel. Contact met mensen.’

‘Sociaal zijn gaat niet in de eerste plaats via WhatsApp.’

‘En als ik dat nu eens leuk vind?’

‘Heb je dan echt niets anders te doen? Wanneer ga je vandaag je pianoles oefenen?’

‘Vanavond. Net na het eten.’

‘En kun je geen nuttiger dingen doen dan wat je nu aan het doen bent? Een boek lezen bijvoorbeeld.’

‘Mama zeg. Wat denk je? Dat ik liever een boek lees?’

‘Dat zou ik in elk geval liever hebben dan al dat gsm-gedoe.’

‘Je zit zelf soms urenlang voor je computer.’

‘Dan ben ik aan het werk.’

‘O ja? Op Facebook zeker?’

‘Ik kijk alleen nu en dan eens naar Facebook.’

‘Ja, toevallig elke keer dat ik naar je scherm kijk.’

‘En nu doe je die gsm weg.’

‘Jij wilt niet dat ik mij amuseer, hé. Ik moet mijn vrienden van jou maar negeren.’

Ik zucht, denk na en laat hem nog tien minuten langer sociaal wezen. Tot ik het finaal op mijn heupen krijg en hem verplicht het ding op te bergen in het daarvoor bestemde mandje onder het aanrecht.

Nee, eenvoudig is het niet. Drie tieners in huis en een hoop technologie. Na de Nintendo, de PSP, de X-Box en de iPad hebben ze de laatste jaren elk een smartphone, hun venster op de wereld, al is die wereld wat mij betreft toch net iets te nauw. Want nieuwssites checken, dat doen ze op die leeftijd nog niet. De wereld, die eindigt bij hun vrienden.

En dus blijf ik zoeken naar die middenweg, die grens waarbinnen mijn kinderen zich mogen integreren in de virtuele wereld van hen die hen lief zijn, zonder dat het uit de hand loopt, en probeer ik mijn frustratie over hun verspilde tijd weg te drukken. Het is een ware zoektocht met veel botsingen en clashes. Vaak heb ik mijn mening al moeten bijsturen, heb ik de regels aangepast aan de realiteit. Makkelijk is het niet. Maar het is de realiteit van vandaag. Dat ontkennen zou ook niet fair zijn.

Ik gsm, dus ik ben. Zeg dat de moderne Descartes het gezegd heeft.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest
Nog geen reacties

Geef een reactie