Blog

Het einde van het sprookje

Vele jaren geleden, in een tijd waarin ik blozend alle wonderlijke sprookjes op mijn kinderen projecteerde en hen in de grootste overtuiging kneedde naar het beeld dat de perfectie het dichtst benaderde, liep ik met een veel te groot en te fel kloppend moederhart op de baby-afdeling van de kledingwinkel rond. Tussen twee borstvoedingen door tilde ik in een roes van verliefdheid een geel T-shirtje met rode sterretjes voor mijn babydochter uit het rek, schattige sokjes met pomponnetjes, een stoere voorgekreukte oranje short voor mijn peuterzoon en een pet met een grappige klep. Nog voor ik vijf minuten rondgelopen had, schoof ik met vijftien stuks piepkleine maar o zo onmisbare kleertjes in mijn armen aan de kassa aan. Dan bedacht ik dat het wel genoeg geweest was voor die dag, dat ik een flinke hap uit mijn budget had genomen, dat de melk al uit mijn borsten drupte en dat er tijd noch geld over was voor het mouwloze jurkje uit de etalage of het jasje in zwart-witte streepjes voor mezelf.

Het deed me niet eens pijn. Het beeld van mijn schatjes in hun nieuwe outfits verdrong elk verlangen naar nieuwe kleren voor mezelf. Bij thuiskomst trok ik mijn bloedjes de kleren van het lijf om meteen het effect van de restyling te bewonderen en sloeg ik verliefde kreetjes terwijl ik hen fijnkneep in mijn iets te enthousiaste geknuffel.

 

Ja, het is lang geleden. Tegenwoordig zijn er winkels waar ik minstens twee jaar geen voet meer durf binnen te zetten nadat ik drie keer na elkaar een trui of een T-shirt voor mijn tienerzoon terug moest brengen.

‘Maar je houdt toch van truien met kappen?’ vroeg ik hem vorig jaar, terwijl ik de trui waarvan ik zo zeker wist dat hij er me om de hals voor zou vallen, tussen mijn vingers maalde. Twee minuten na mijn thuiskomst was ik al een halve illusie armer. ‘Het is zelfs een Quicksilver, je favoriete merk.’

‘Mama toch. Die trui is voor homo’s.’

‘Voor homo’s?’

‘Ja natuurlijk, zie je dat niet? Denk je echt dat ik een trui zal dragen waar een roze streep door de kap gaat?’

‘Eén roze streep. De rest is zwart met fluogele accenten. Leuk toch?’

‘Het is een trui voor homo’s.’

Ik zuchtte gelaten, zocht de kassabon onderaan de winkeltas, reed terug naar de winkel en ruilde de trui voor een homoproof T-shirt, zwart met een blauwe print. Trots keerde ik huiswaarts.

‘Je meent het niet!’ viel mijn zoon uit toen ik met een brede glimlach het textiel voor me hield. ‘Een T-shirt waar een megakoptelefoon op afgebeeld staat. Dat is voor skaters. Zie ik er als een skater uit misschien?’

‘Maar je wilde toch stoere kleren?’

‘Heb ik ooit gezegd dat ik stoere kleren wilde? Toffe kleren, ja. Maar die T-shirt draag ik in elk geval niet.’

‘Ga je dan op zijn minst mee om de T-shirt te ruilen? Anders zal het nog niet goed zijn. Dat begin ik nu toch wel door te hebben.’

‘Nu heb ik echt geen tijd, hoor. Ik moet nog teveel studeren. Of had ik vandaag nieuwe kleren gevraagd misschien?’

In de hoop minder op te vallen bij mijn derde entree in de winkel die dag, ruilde ik mijn schoenen met hakken voor platte exemplaren, fietste met een pioenrood hoofd terug naar de hel en vroeg er met een piepstemmetje om een waardebon.

De kassierster bleef vriendelijk, maar ik durf haar sinds die dag niet meer onder ogen te komen. Hoe lang zou het duren voor een vrouw het gezicht van een tweevoudig ruilende moeder uit haar geheugen gewist heeft? Ik hoop op maximum drie jaar.

Sindsdien loop ik in elke kledingwinkel met een grote boog om de jongerenafdeling heen. Het gevaar dat ik hippe broeken zie liggen, boxershorts waarvan ik o zo zeker ben dat mijn zoon ze leuk zal vinden en truien die niet voor homo’s en ook niet voor skaters bedoeld zijn, is niet denkbeeldig. En dus kijk ik er niet meer naar.

Durf ik er niet meer naar te kijken.

In de vrijgekomen tijd pas ik het mouwloos jurkje dat ik in de etalage zag hangen en het jasje met de zwart-witte streepjes. ‘Elk nadeel heb zijn voordeel’ heeft een voetbaltrainer ooit gezegd. Hij had gelijk. Alle sprookjes kennen een einde. Maar ook een nieuw begin.

 

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest

1 reactie aan “Het einde van het sprookje”

  1. Annick 9 maart 2014 at 07:57 #

    Heel herkenbaar. Een mooi stukje proza.

Geef een reactie