Blog

Het eenzame kind

Het haalde een paar weken geleden alle voorpagina’s, het nieuws over Lars, de jongen die uit het leven stapte nadat hij jaren zwaar gepest werd op school.

Alweer een verloren leven.

Een schokgolf zinderde door ons land. Mensen schreeuwden hun verontwaardiging uit op sociale media, streekgenoten organiseerden een witte mars en spraken de wens uit dat het nooit meer opnieuw zou gebeuren, dat volwassenen in de toekomst sneller hun verantwoordelijkheid zouden opnemen als ze merkten dat een kind werd geviseerd. We hoopten met zijn allen op beterschap, op bewustzijn bij pestkoppen, op het besef dat dergelijke praktijken een mens langzaam doen sterven vanbinnen.

Maar nauwelijks enkele dagen later ging een filmpje viraal waarop te zien was hoe een meisje door haar belaagster in het gezicht geschopt werd en wisten we allemaal dat naïviteit ons alleen in slaap kan sussen, dat sadisten altijd zullen bestaan.

Voor Lars en zovele anderen is het te laat. Dat is van een eindeloze tristesse. Laat daar geen twijfel over bestaan.

En toch zie ik in alle aandacht voor het drama ook een sprankeltje hoop. Want op de een of andere manier draagt deze golf van solidariteit, deze algehele verontwaardiging voor vele getraumatiseerde mensen ook iets troostends in zich.

Nu eindelijk de erkenning komt dat pesten een mens voor zijn hele leven tekent, dat het zijn toekomst hypothekeert, nu scholen massaal initiatieven nemen, pestactieplannen opstellen, nu de media aandacht schenken aan het probleem, de ernst ervan onderstrepen, nu kunnen deze mensen eindelijk zeggen: ‘Ik kan het niet vergeten, maar daarom ben ik nog niet flauw.’ Want de gevolgen van pesten draagt een mens voor altijd met zich mee.

Ja, ik weet het uit ondervinding maar al te goed, al wil ik hier niets over mezelf vertellen. Ik zou nochtans een boek vol kunnen schrijven over wat ik zelf meegemaakt heb, over wat langdurige uitsluiting met een mens doet.

Zo zou ik het bijvoorbeeld kunnen hebben over de door merg en been snijdende pijn die een kind ervaart wanneer het elke speeltijd uitgesloten wordt van elk spel, over hoe zo’n kind de minuten aftelt tot de bel terug gaat terwijl het in alle verstikkende alleenheid toekijkt, hoe het kind ondertussen angstig wacht op zijn belagers, hoe het hoopt dat ze het voor deze ene keer zo druk hebben in hun spel dat ze hun slachtoffer vergeten, hoe het op momenten van grote angst op het toilet gaat zitten omdat daar de enige veilige plek is.

Ik zou het kunnen hebben over de eenzaamheid die het gemoed van zo’n kind vergiftigt, over de knak die zijn zelfvertrouwen krijgt, en over hoe ik zelf zo’n kind geweest ben en hoe dat mijn leven richting gegeven heeft.

Ik zou het kunnen hebben over de aanvoerster van een bende die me elke dag door haar bendeleden liet omcirkelen op de speelplaats, waarna ik beschimpt en bespot werd terwijl de leraars met toezicht de andere kant op keken, hoe mijn familienaam gescandeerd werd, hoe ik nooit de juiste kleren droeg, hoe elke broek te wijd of te smal was.

Ik zou het relaas kunnen doen van de klasgenoten die tijdens de turnles al mijn kleren onder de douche legden, van de sportleraar die me boos naar de directeur stuurde om een oplossing en van diezelfde directeur die me vervolgens door de vrieskou naar huis liet fietsen in een T-shirt en een shortje terwijl hij me nariep dat ik hem alleen maar problemen bezorgde.

Ik zou het kunnen hebben over de jongens die me tussen de kapstokken in de gang in elkaar sloegen, over mijn jas die spoorloos verdween, de jas die mijn moeder in al haar moederliefde zelf voor me genaaid had, en over het mysterie wanneer die jas een week later in een andere school teruggevonden werd. Ik zou het kunnen hebben over de leraars die de ogen en oren sloten voor de grofste verwijten en voor de gemeenste aanvallen of die gewoon zelf deelnamen aan het lugubere spel; over het vertrouwen dat ik zo ook in volwassenen verloor, over de veilige cocon die mijn huis was en de grote boze wereld daarbuiten, zodat ik me het liefst opgesloten had in de zachte warme armen van mijn ouders om nooit meer naar buiten te moeten gaan. Ik zou kunnen vertellen over mijn platte fietsbanden, telkens weer, de losgedraaide ventielen, over de wiskundeleraar met de toepasselijke naam Moreel, die de klas openlijk opzweepte en smulde van het leed dat de kinderen me aandeden, over de bijtende eenzaamheid die zoveel meer pijn deed dan alle slagen samen, over hoe ik elke avond overwoog met mijn hoofd vooruit uit het raam van mijn kamer te springen voor ik dan toch maar onder de lakens kroop, over de scheldwoorden die me tot in mijn dromen achtervolgden en over hoe ik dertig jaar na de pesterijen een burn-out kreeg omdat ik mezelf mijn hele leven lang dubbel had willen bewijzen, over de therapie die ik daarna, zovele jaren later, nog moest volgen om te leren leven met de herinneringen aan toen.

Ik zou zoveel kunnen vertellen. Maar ik doe het niet. Ik vertel er jullie niets van. Ik heb er komaf mee gemaakt, het verleden na drie decennia de plaats gegeven die het verdient, ver weg van het heden. Waarom zou ik het dan toch nog vertellen?

En daarom hoop ik alleen maar met jullie mee dat Lars het laatste slachtoffer mag zijn, goed wetend dat dit een illusie is, dat het nooit meer ophouden zal, maar ook wetend dat steeds meer mensen vechten tegen dit onrecht. Want iedereen heeft het recht deel uit te maken van de groep. Iedereen heeft recht op een gevoel van eigenwaarde, op een ongeschonden zelfvertrouwen dat hem vooruit helpt in het leven. Elk kind moet die kansen krijgen. De wereld is soms al wreed genoeg.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest

2 reacties aan “Het eenzame kind”

  1. christiane 28 februari 2015 at 21:47 #

    Eveline… ik heb na 50 j ‘die pester’ voor het eerst ontmoet, heb ze in de ogen gekeken en heb het niet aangedurfd iets te zeggen over die hatelijke jaren…
    Ik heb gewoon gepraat over haar kleinkinderen die ze op school kwam afhalen.
    Ik dacht: ‘Wellicht beseft ze het niet…’
    Misschien niet…
    De steek in het hart voelde ik toen wél…

  2. Literasa 28 februari 2015 at 22:56 #

    Deze blogpost heeft me erg geraakt. Goed en dapper dat je ‘m deelde! Fysiek werd ik nooit gepest, verbaal wel af en toe (maar meestal werd ik gewoon uitgesloten). Sindsdien ben ik op mijn hoede, soms zelfs in die mate dat ik te veel denk over wie ik zou moeten zijn. Het probleem is vooral dat pesters zichzelf niet als pesters zien, vaak zijn ze het zelfs al vergeten. Toch probeer ik niet rancuneus te zijn. Voor jouw situatie lijkt me dat moeilijker.

    Maar je hebt het ondanks alles ver gebracht, Eveline. Een schrijfcarrière, een mooi gezin en je ziet er op al jouw foto’s heel goed uit. Straf dat je ook de andere kant van de medaille durfde tonen. Hoe moeilijk het ook is, laat je niet afleiden door het verleden. Veel sterkte nog!

Geef een reactie