Blog

Die mannen toch!

Dat ze het al lang meer dan beu is. Dat zegt ze wanneer de dienster ons een kop koffie en een stuk taart voor zet. ’s Nachts wakker worden met een volle blaas, op de tast naar het toilet strompelen en dan met haar bibberende billen op de porseleinen rand van het WC terechtkomen, daar waar de spetters van haar niet altijd zo nauwkeurige echtgenoot op afgeketst zijn voordat hij alweer vergeten was de bril naar beneden te brengen.

Ik knik en drink een slok van mijn koffie, waarbij ik mijn tong en lippen net niet verbrand.

‘Zo gaat dat met die mannen, hé. Na tien keer hebben ze het nog niet begrepen.’

‘Wat zeg je? Na tien keer? Ook na driehonderd keer weten ze nog niet waar het probleem zit. Al bijna twintig jaar vraag ik aan die man van mij of hij de toiletbril netjes weer neer wil laten, maar het helpt allemaal niets. Ik zal je eens wat zeggen, hé. Het is een kwestie van niet willen.’

Ik hoor de licht grommende ondertoon in haar woorden, de wil om haar man eens goed bij zijn nekvel te grijpen en hem met zijn onwillige hoofd in de toiletpot te hangen tot hij het begrepen heeft en het nooit meer zal vergeten.

‘En let op. Als het nu alleen nog maar die toiletbril was. Maar dat is lang niet alles, hé. Als ik de was wil doen, dan moet ik op handen en voeten door het hele huis kruipen om al zijn sokken en slips te verzamelen. Vooral die sokken dan. Overal vind ik er. Onder de zetel, naast het bed, over de rand van de douchewand, in zijn sporttas die al drie dagen in de garage staat en waar ook nog een bezweet T-shirt in ligt te stinken,…’

‘Of onder zijn hoofdkussen’, vul ik aan. ‘En heel soms ook wel eens in de wasmand.’

Ze kijkt me even verward aan, twijfelt een kort moment aan mijn sérieux en prikt met haar vork in haar gebakje.

‘Ja. Soms ligt er ook wel eens een sok in de wasmand. Eén van de twee dan.’

Ze strijkt met haar rechterhand haar goudbruine lokken achteruit.

‘En luisteren doet hij ook al nooit’, gaat ze verder terwijl ze het deeg van haar appeltaart zo omstandig kauwt dat ik de brokken heen en weer zie dansen tussen haar tanden. ‘Als hij thuiskomt ’s avonds – veel te laat natuurlijk, wanneer ik de hele afwas al weer alleen gedaan heb – dan wil ik ook wel eens vertellen hoe mijn dag is geweest. De kuren van de kinderen en zo. Kwestie van eens te ventileren. Maar weet je dat die vent van me gewoon op zijn iPhone verder tokkelt terwijl ik hem verslag doe van mijn dag? Na een tijd stop ik gewoon met praten om te zien of hij het wel door heeft. Dan tokkelt hij eerst nog een paar zinnen verder totdat zijn frank valt. ‘Vertel maar door, hoor’, zegt hij dan zo, licht verstrooid. En weer typen die vingers op dat schermpje de rest van de boodschap in. Meestal draai ik dan mijn rug naar hem toe want ik ben het beu dat ik tegen de muur moet praten. Maar wie wordt er op dat moment kwaad?’

‘Hij natuurlijk’, knik ik. ‘Hij wordt boos omdat je stopt met praten.’

‘Ja, dan is hij kwaad. ‘Vertel toch gewoon door’, zegt hij dan. Terwijl hij niet eens aan het luisteren was.’

Twee oude dametjes hebben het aan de tafel naast ons over de eenzaamheid die hun leven binnengeslopen is sinds hun man is gestorven. Ik vang flarden op van het gesprek, hoor hun krakende stemmen, maar mijn vriendin heeft niets door en is nog niet uitgeraasd.

‘En weet je wat nog erger is dan al die keren waarop hij niet luistert? Dat is als hij dan wel eens luistert.’ Ze zucht, roert in haar koffie en giet vervolgens een flinke slok van het goedje door haar keel. ‘Dan vertel ik bijvoorbeeld over de buurvrouw en over al die gemene roddels die ze over me verspreid heeft, ben ik blij dat ik eindelijk eens mijn hart kan luchten, maar dan zegt hij wanneer ik uitgepraat ben: ‘En wat kan ik daar nu aan doen?’ Precies alsof ik hem om een oplossing gevraagd heb.’

‘Ja, zo zijn mannen nu eenmaal, hé. Bij elk probleem dat je hen aandraagt, denken ze dat je op een oplossing zit te wachten.’

‘Daar krijg ik het dus helemaal van, hé, als hij zo begint. Ik wil gewoon eens kunnen vertellen wat me bezig houdt. Dat is alles. Ik verwacht dan ook geen oplossing of zo. Ik verwacht alleen dat hij luistert.’

Haar hand trekt de bloes strak die ze in een uitverkoop heeft gekocht, een felroze exemplaar dat me de reflex ontlokt mijn zonnebril op te zetten.

‘En weet je,’ gaat ze verder, ‘gisteren hé, toen vroeg ik hem om de rest van de afwas te doen toen ik dringend weg moest naar die bijeenkomst waar ik je over verteld heb. En weet je wat ik zag toen ik thuiskwam? Hij had alles gewoon in het afwaswater gelegd. ‘Een nachtje laten weken’, zei hij toen ik het zag en bijna ontplofte. ‘Dan gaat alles er daarna veel sneller af.’ Maar wie mocht vanmorgen al het materiaal uit dat vuile water vissen? Ik natuurlijk, of wat dacht je? Terwijl meneer al lang weer in de auto zat en alleen nog aan zijn job moest denken. Maar ik moest ook gaan werken, hoor. Daar denkt hij natuurlijk niet aan.’

Het is even stil. We eten allebei de rest van ons gebakje op, luisteren naar het geroezemoes om ons heen. Eén van de oude dames aan het tafeltje naast ons begint stilletjes te huilen.

‘Al die jaren heb ik mijn Roger verweten dat hij alleen maar in zijn luie zetel zat sinds hij op pensioen was,’ hoor ik haar zeggen. ‘En nu hij er niet meer is, zie ik alleen die lege plek. Weet je dat ik zelfs onze ruzies mis, Liliane? Die discussies over het huishouden en over hoe lui hij wel was. Maar nu heb ik niemand meer om ruzie mee te maken. En dat is nog veel erger. Ik zou er alles voor geven om Roger terug bij me te hebben. Zelfs als hij de hele dag alleen maar in de zetel zou zitten.’

Ik kijk naar mijn vriendin, maar ze mijdt mijn blik. Ze ziet wat bleek, slikt enkele keren en stroopt dan haar mouw op om op haar horloge te kijken.

‘O, ik wist niet dat het al zo laat was’, zegt ze terwijl ze al van haar stoel op staat. Ze graait in haar handtas en gooit een briefje van tien euro op het tafeltje tussen ons in.

‘Jij hebt de vorige keer betaald. Ik moet er dringend vandoor. Straks staan de kinderen voor een gesloten deur. En ik moet nog eten maken voor Erik naar huis komt.’

En nog voor ik antwoord kan geven, loopt ze op een drafje naar de uitgang, stapt in haar wagen en scheurt er als een gek vandoor.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest
Nog geen reacties

Geef een reactie