Blog

De macho met de te korte beentjes

Het was middag. Ik fietste naar huis. Ik had honger, wilde snel thuis zijn en trapte stevig door, in een bomenlandschap dat door stormwind wuifde, plooide, doorboog en weer oprees. 

Voor me op het jaagpad reed een man op een racefiets. Hij kon niet veel groter zijn dan anderhalve meter, zijn voeten raakten nauwelijks nog de pedalen wanneer hij ze naar beneden trapte, maar hij duwde dapper tegen de wind in. 

De honger knaagde, ik drukte de powerknop van mijn elektrische fiets in om beter tegen de storm te kunnen inbeuken en haalde in. Of dat probeerde ik toch. Want zodra ik op dezelfde hoogte kwam als het mini-mannetje, keek hij nijdig opzij, klemde zijn tanden op elkaar en begon te versnellen. Tot hij mijn limiet van 25 per uur overschreed en ik moest inbinden. Meteen daarna viel hij stil. Een tijdje reed ik braaf achter hem aan, hij vertraagde, vertraagde nog, we reden als hoogbejaarden met zware artritis achter elkaar aan, en na een tijd vond ik dat de ondergrens was bereikt en probeerde ik opnieuw voorbij hem te komen. Er schoten nu vlammen uit zijn ogen, hij ging rechtop staan op de pedalen, accelereerde als een gek en keek voortdurend schichtig achterom. Er stond angst in zijn blik, verbetenheid, en iets dat op woede leek, en na vier pogingen leek hij zo woest dat ik het opgaf. Het was duidelijk dat zijn mannen-ego niet toeliet ingehaald te worden door een vrouw. 

Aan een slakkengangetje reed ik de rest van de weg achter hem aan. Hij bepaalde het tempo, hij bepaalde dat ik iets langer moest wachten met eten. Hij was de man.

Iets later dan op andere dagen kwam ik thuis. En terwijl ik eindelijk at, bedacht ik hoe graag ik een vrouw ben. Hoe meedogenloos de wereld is voor dat andere geslacht, dat zich al te vaak als sterk en stoer en cool wil profileren. Hoe hard moet het leven niet aanvoelen wanneer je altijd de sterkste moet zijn, de grootste moet hebben, wanneer je niet mag gillen terwijl een harige spin over je been kruipt, wanneer je aan niemand kunt vertellen hoe klein je je soms voelt en hoe onzeker, hoe de kracht om verder te gaan jou vaak ontbreekt? Hoeveel zwaarder moet verdriet niet wegen wanneer je niet mag huilen? Zelfs The Cure zei dertig jaar geleden al dat jongens dat niet horen te doen. 

Nee, ik ben graag vrouw. Ik gil onbeschaamd wanneer een harig beest mijn pad kruist, ik huil als het leven niet vriendelijk voor me is, en ik laat alle mannen met flitsende pakjes toe me in te halen. Dat ik eens per jaar moet blijven hangen achter een macho met te korte beentjes, dat neem ik er dan maar bij.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.