Blog

De geopende jacht.

Afgelopen woensdag gingen ze weer van start. De zomersolden. Kleding- en schoenenwinkels pakten uit met kortingen tot vijftig procent, shoppers liepen elkaar voor de voeten en gristen elkaar het laatste stuk van een felbegeerde collectie uit handen. Bij sommige ketens stonden mensen een uur voor opening in de rij. Ze drumden zich naar binnen zodra de deur open zwaaide en spurtten om het eerst met hun buit naar de kassa, waar zich twee minuten na opening al een file gevormd had. Klanten met dikke portefeuilles schoven verveeld aan, echtgenoten vaak, mannen die een hele dag hun eega achterna zouden sloffen, wandelende bagagedragers met een kredietkaart en oeverloos geduld.

Ik doe er niet meer aan mee. Al enkele jaren niet meer. Als een opgejaagde hond van de ene winkel naar de andere hollen omdat je overal tegelijk de eerste van de dag wilt zijn zodat geen ander met je buit wegloopt. Mij krijgt niemand zo gek meer. Op die eerste dag blijf ik gezellig thuis, lees ik een boek en maak ik lekker eten. Mijn kleerkast hangt vol spullen die ik ooit op een eerste soldendag kocht. Jurkjes, topjes en truien die zo aantrekkelijk geprijsd stonden dat ik ze zonder veel nadenken met me mee griste en waarvan ik me achteraf afvroeg waarom ik ze niet had laten liggen, waarom ik me als een kuddedier had laten leiden door banners met schreeuwerige slogans en kortingen die twijfelaars finaal over de streep moesten trekken terwijl ik de dingen niet eens zo mooi vond. Ik ben meer dan genoeg bezweken voor de verleiding van min zeventig procent. Mij krijgen ze niet meer zo ver.

En dus blijf ik thuis, probeer ik mijn oren af te sluiten voor de schreeuwerige reclamespotjes op de radio, doe ik mijn ogen dicht wanneer de promoties aangekondigd worden in de krant en roep ik mezelf tot de orde wanneer de drang ineens dan toch de kop opsteekt. Want eerlijk is eerlijk: de drang is er ergens, onderhuids, toch nog wel. De angst om de koop van mijn leven te missen blijft aan me trekken, de gedachte dat die ene jurk waarvan de prijs van tweehonderdvijftig naar honderd euro geduikeld is en die ik voor een receptie binnen een paar weken zou kunnen aantrekken, misschien nooit meer van mij zal zijn. Ik zit thuis en knijp mijn billen tegen elkaar om er niet vandoor te gaan, om me toch niet in het circus te storten tussen een horde halve wilden in een winkel waarin de kledij als afval bijeen gegooid is, waar de veel te luide muziek op de achtergrond me hoorndol maakt en waar ik in bakken begin te graaien vol beduimelde en gekreukte koopjes tot ik me afvraag wat ik hier weer kwam doen. Ik moet me er van weerhouden want van thuis uit lijkt het altijd weer zoveel aantrekkelijker dan het in de realiteit steevast is, en ik duik in een goed geschreven boek dat aan me trekt in de juiste richting, ver van alle winkels en van het hele gedoe.

Gaan jullie maar gezellig solden jagen, kortingen scoren als doelpunten in een spannende wedstrijd. Ik doe niet meer mee aan de race.

Nog even wachten. Dan is de nieuwe collectie weer binnen. Dan neemĀ ik de kredietkaart en ga ik op jacht. Want sommige dingen veranderen nooit. Laat daar geen twijfel over bestaan.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest
Nog geen reacties

Geef een reactie