Blog

De feniks

Alweer was iemand in mijn omgeving geveld door een burn-out. Gesneuveld op het slagveld van de ratrace. Net als de anderen had ook zij gedacht dat het haar nooit zou overkomen. Want alleen de anderen worden geveld. 

Ze sprak haar wanhoop uit, haar woede, haar verdriet.

Ik wist hoe moeilijk ze zou aanvaarden wat ik zei, maar ik zei het haar toch. Hoe mooi en gelouterd ze uit deze ellende zou komen eens haar lichaam geheeld was, hoeveel wijzer het haar uiteindelijk zou maken, hoe heerlijk verfrissend het zou aanvoelen wanneer ze als een feniks zou herrijzen uit haar as en uit de bagger waar ze nu in weggezakt was, hoe ze haar prioriteiten zou herschikken tot een juister geheel en hoeveel mooier en waardevoller haar leven daardoor zou worden. Misschien geloofde ze er geen woord van, kon ze op dit moment alleen maar ervaren hoe diep de hel haar in zijn binnenste opgezogen had en verloor ze zich compleet in de machteloosheid van een lichaam dat niet meer wilde doen wat ze wou. Maar ooit zou de dag komen, zei ik haar. Zou ze iets van dankbaarheid ervaren. 

Ik hoopte dat ze ergens in haar nog een restje moed kon aanboren. Dat het zich zou willen vastzetten op de woorden van wie het allemaal meegemaakt heeft en er moed uit zou putten. Want wie opgebrand is geraakt, is niet alleen het vuur kwijt. Hij is ook leeggezogen. Niet alleen door de anderen. Ook niet alleen door het systeem. Vooral door de kracht van zijn eigen doorzettingsvermogen. 

Ooit dacht ook ik dat alleen doorzetters het verdienden waardering te krijgen, moest alles wat ik deed perfect worden afgewerkt, moest alles tout court. Tot mijn lichaam ineens ophield waar mijn geest dat nooit zou hebben gedaan. En het elk commando weigerde uit te voeren.

Wanhoop en paniek haalden niets uit. Alleen tijd kon mijn lichaam helen. De tijd die ik nooit had gehad. Een zee van dagen, weken en maanden, nutteloos uitgestrekt op een matras waar ik altijd zo kort mogelijk op had willen liggen. Want er was zoveel te doen. Ineens deed ik niets meer. En hoezeer het me ook verwonderde: de wereld draaide gewoon door. 

Ik zag haar een paar dagen geleden terug. Ze straalde, in haar ogen schitterde iets dat ik daarvoor nooit gezien had. 

‘Alles is beter nu’, zei ze. ‘Ik ben door de hel gegaan. Maar nu leef ik en ik voel ook dat ik leef.’

Ik knikte. Begreep precies wat ze bedoelde. De feniks had zijn vleugels uitgeslagen. Hij zou zich niet meer laten neerhalen. Hij wist hoe kort het leven was en hoe lang hij er van wilde genieten. De feniks had alle tijd.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.