Blog

Dag twintig

Dag twintig. Ik lig neer, de linkervoet wat hoger dan de rest. Ik lig ’s morgens, ik lig ’s middags en ‘avonds. Ik lig ’s nachts. Wakker. Vraag me af of een voet kan ontploffen wanneer hij zo zwelt. Iemand schrijft me dat ze geniet van haar vakantie. Zalig niets doen, zegt ze. Er komt een kwaadheid in me op. Even vraag ik me af waarom ik dit voel en dan weet ik het. Het heeft niets met haar te maken. Wel met deze toestand. Niets doen is alleen leuk wanneer het een keuze is. Ik heb deze keuze net iets te vaak niet kunnen maken.

Dit huis moet worden gepoetst, er moet worden gekookt, de was stapelt zich op, spullen slingeren rond. Maar ik lig. Zit heel even. Lig weer.

Zo voelen nutteloosheid en onmacht tegelijk.

Alle plannen voor deze zomer zijn opgeborgen. Mijn fiets wacht geduldig. In mijn hart is alleen ongeduld.

In maart brak ik uit mijn eerste lockdown. Zeven weken had ik zonder rechterhand geleefd. Toen ging het gips eraf. De pijn was niet weg, maar er was vrijheid. Ik kon weer fietsen. En dat deed ik. Tweeduizend kilometer lang. Elke trap voelde als pure vrijheid.

Vrijheid is broos.

Op sociale media maken mensen meer dan ooit ruzie. Mensen met twee gezonde handen en twee gezonde voeten zijn boos omdat ze mondkapjes moeten dragen. Welles nietes, roepen ze, de hele dag door. Het ijzerdraadje in de kapjes is een verborgen 5G-antenne. De stralen peuzelen je hersenen op, ze maken je willoos. Het is allemaal een groot complot. Winkelen met een mondkapje is niet gezellig, niet sexy. We laten ons zomaar muilkorven. Wat moet ik nu met al mijn lippenstift? Die blijft geen twee jaar goed. De viroloog is trouwens een psychopaat. Je ziet het aan zijn lachje. Hij is een leugenaar. Een communist.

Ik lees het en zucht. Sluit alles af. Besluit veel minder te lezen.

Geef mij nu meteen twee gezonde voeten en ik trek tien mondkapjes over elkaar. Ik doe alle boodschappen van alle mensen die mondkapjes haten. Ik zal stralen van blijheid, dwars door alle lagen van alle kapjes heen. Met mijn twee handen zal ik hun spullen uit de rekken halen, met mijn twee voeten zal ik die tot bij hen dragen. En wanneer ik de boodschappen afgeef, zal ik hen vragen te genieten van wat evident is. Ongebroken botten. Een lijf dat ademt en pompt en stroomt, alsof er nooit een eind aan zal komen.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.