Blog

Brief aan de bijna-president

Geachte meneer de bijna-president,

Er moet me iets van het hart. Misschien hebt u het op dit moment wel druk, tussen het grijpen van twee poesjes door, tussen de ene haatdragende tweet en de andere, en tijdens het beantwoorden van al die telefoontjes van dictators die u feliciteren en die zo graag met u samen willen werken. Maar toch wil ik dat u even luistert.
Ik weet het, ik ben maar een vrouw, en vrouwen horen geen mening te hebben. Ze moeten eten maken voor hun man, zijn hemden netjes strijken, voor het nageslacht zorgen, zich mooi maken en ervoor waken dat het huis er proper bij ligt wanneer hun man vermoeid thuis komt na alweer een lange werkdag en een bezoekje aan zijn minnares. Ik weet dat ik als vrouw moet knikken en zwijgen, maar ik kan er niets aan doen. Mijn hersenen blijven malen, hoe hard ik ook probeer om ze het zwijgen op te leggen. Ze houden er niet mee op.
En daarom moet ik u toch iets vragen, wil ik u een voorstel doen. Want ik ben toch wat bezorgd. Over u, maar ook over uw volk en over de planeet, die prachtige Aarde die er allemaal niets kan aan doen, aan die woede van u en die hebzucht.
Ik heb u bezig gezien, op televisie, toen ik me uitgeput in de zetel had laten zakken nadat ik braaf mijn hele huishouden afgewerkt had. Ik zag hoe u zich boos maakte op Obama, op de Mexicanen, op de moslims, op mannen die mannen graag zien, op alle vrouwen die hun dieet niet strikt genoeg volgen en op alle mensen die gelukkig zijn. Ik hoorde u woorden uitspreken waar alle liefde uit was verdwenen, waar de haat diep in doorgedrongen was, en ik vroeg me af of u niet dringend enkele warme knuffels nodig had.
Misschien wil Melania u die niet meer geven. Haar kapsel. U moet dat begrijpen. U hebt het haar zelf zo geleerd.
In al uw wanhoop grijpt u nu en dan naar een poesje, jonger dan dat van uw vrouw. Maar de honger blijft. Want wat u echt nodig heeft, meneer de bijna-president, is liefde en zuurstof en contact met al het mooie op deze planeet. Daarom wil ik u een goeie raad geven. U kunt het maar proberen nu u nog even de tijd heeft, voor het grote werk zal beginnen. Ik stel voor dat u een grote rugzak vult. Enkele propere slips, een roman van Yanagihara, een goeie haarborstel en een efficiënte oogcontourcrème. Daarna trekt u de wereld rond, meneer de bijna-president. Bezoek de dalai lama, luister even naar zijn wijsheid, neem de woorden in u op. Ga daarna wandelen door de steppe van Mongolië, doe een safari in Zuid-Afrika, bewonder er de leeuwen, de zebra’s en de giraffen, ga uitbundig springen met de Masai tot je tong op je tenen hangt, mediteer enkele weken in een boeddhistisch klooster, maak een sleetocht door de toendra van Spitsbergen, duik in de oceaan, knuffel er een dolfijn. Keer terug naar Amerika, stap door de Antelope Canyon, laat het wonder u omarmen en ga luisteren naar de complete stilte in Death Valley. Hou vooral uw ogen open, meneer de bijna-president, en uw hart. U zult versteld staan wat er binnenstroomt.
En keer dan terug naar Melania en naar uw kinderen. Ik stel voor dat u hen vooraf een waarschuwing stuurt. Kwestie van hen niet te hard te laten schrikken. En dan komt u thuis in uw paleis van beton en staal en puur goud en u geeft hen allemaal een knuffel. Daarna belt u alle televisiestations. Voor de lens van honderden camera’s vertelt u over de goedheid van de mensen die u ontmoet hebt, zelfs die met een zwarte huidskleur en degenen die het hadden over Allah. U vertelt over de onmetelijke schoonheid van onze planeet en u roept heel luid dat u het klimaatakkoord niet alleen zult respecteren, maar dat u heel dringend een strengere versie wilt, een versie die wat ernst uitstraalt. Want die planeet van ons, u hebt die eindelijk gezien na alle beton die u al uw hele leven omringd had, en u hebt nooit eerder iets gezien dat nog mooier kan zijn.
Melania zal haar kapsel even negeren. Little Donald zal zijn maatpak op de vloer laten vallen en in zijn trainingspak op uw schouders kruipen, en alle Mexicanen, alle moslims, alle homo’s en alle obese vrouwen zullen een dansje met u maken.
Overweeg het eens, meneer de bijna-president. Het is maar een idee van een vrouw, ik weet het. Maar ook vrouwen kunnen zo nu en dan een goede inval krijgen.
Ik ga snel weer aan de slag. Eten maken voor mijn man, zodat hij geen honger heeft. En daarna doe ik de strijk. Dat is beloofd. Maar ik heb vertrouwen in u, meneer de bijna-president. Ergens, waar niemand het kan zien, moet ook nog een hart kloppen. Zorg er goed voor.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest

1 reactie aan “Brief aan de bijna-president”

  1. Fredy Schild 11 november 2016 at 10:08 #

    Uitstekend stuk Eveline! Het is mij uit het hart gegrepen. Laten wij hopen en bidden dat hij zal luisteren en zich zal ontpoppen tot een president van iedereen. Ik heb er weinig vertrouwen in, maat wie weet krijg ik ongelijk. De tiekomst zal het leren.

Geef een reactie