Blog

Allemaal mens

We gingen naar een concert. De zon scheen verblindend hard, het weekend telde dubbel zoveel dagen en ik bleef haar maar zeggen hoe super de muziek zou zijn.
Het was bloedheet in de zaal. Teveel mensen stonden te dicht opeengepakt, zweetdruppels rolden van onze nek naar onze billen, en we probeerden verwoed elk contact te vermijden met de gigantische buik van de cowboy achter ons. Brains are the new sixpack, beweerde zijn T-shirt, maar zijn glas bier zwaaide zo vervaarlijk boven ons hoofd dat we vooral hoopten op sterke armen. 
En toen weerklonk hemelse muziek met een nog hemelser titel – Black moon, silver waves -, kwam de zanger het podium op, zweefde zijn stem boven onze hoofden en bestond alleen nog dat. Na enkele nummers ging ik zo op in de sfeer dat ik bijna spontaan tegen het T-shirt van de cowboy aanleunde. Het leek alsof de klank draden weefde die iedereen in de zaal met elkaar verbonden en golven die ons tegelijk optilden, onze hoofden deden knikken. Een man voor me begon te headbangen alsof hij de puurste hard rock aanhoorde en vooraan speelde de pianist de ziel uit zijn lijf en nog meer uit zijn lange haren, die hij zo wild om zich heen sloeg dat ze hem elk zicht op de toetsen ontnamen. 
En toen viel alles stil, de band verdween, de zanger bleef achter. Hij zong een lied dat als poëzie klonk, zijn stem trilde, iedereen versteende. Ik wist dat ook de anderen het voelden, die mengeling van ontroering, verbondenheid en geluk. Ik keek naar mijn vriendin en ze knikte.
We hadden ons sinds een kleine week een weg gestruikeld doorheen een wereld die in twee kampen was verdeeld. Daartussen lag een niemandsland. Het ene kamp had het andere beschimpt, vernederd en zwartgemaakt, de moedeloosheid had als een monster met duizenden tentakels om zich heen gegrepen. 
En hier stonden we dan, in die zaal, één met iedereen rondom ons, verbonden door de schoonheid van een breekbare stem en een eenvoudige gitaar, en door ons mens-zijn. We hadden allemaal een rugzak te dragen met daarin ons verdriet, onze angsten en al wat beter nooit was gebeurd. Maar ergens aan onze voeten lagen alle rugzakken op de grond, honderden rugzakken samen. Ooit zouden we ze wel weer oppikken. Ze zouden net iets lichter voelen. 
Misschien moesten we de noordpool en de zuidpool die ons land moesten besturen in deze zaal eens samenbrengen, twee dagen lang. Hen bombarderen met de mooiste muziek. En hen daarna vragen om rond de tafel te gaan zitten, in die meest gestripte versie van wie ze waren. Allemaal mensen, verbonden door het lot, één in hun mens-zijn. Misschien was kunst wel het antwoord op alles. Daar waar schoonheid en mens in elkaar vloeien en ons doen begrijpen dat we zoveel meer delen dan wat ons verdeelt.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.